Archeologische proefsleuven

Wanneer bekend is dat het plangebied archeologische waarden bevat, voert De Steekproef in opdracht nader onderzoek uit door proefsleuven te graven. Dit is een verkennende opgraving die valt binnen de fase inventariserend veldonderzoek (IVO). Doel is vast te stellen om welk soort archeologische sporen het gaat, en wat hun kwaliteit en datering is. Ook wordt de ligging (begrenzing) van deze sporen bepaald.

Archeologische proefsleuven: waardebepaling vindplaats

Bij een proefsleuf wordt – op vijf tot tien procent van het plangebied – de bovengrond met een graafmachine verwijderd. De archeologische grondsporen die na het graven van de proefsleuf aan het licht komen, worden ingemeten en gefotografeerd, en er worden monsters genomen om tot een datering en waardebepaling van de vindplaats te komen.

Mogelijke aan te treffen grondsporen bij een proefsleuf zijn resten van afvalkuilen, sloten, menselijke begravingen, waterputten en paalgaten. Paalgaten zijn soms tot boerderijplattegronden of andere gebouwen te herleiden. Archeologisch materiaal zoals aardewerk en bewerkt vuursteen dat zich aan het nieuw gegraven oppervlak van de proefsleuf bevindt, wordt systematisch verzameld en geconserveerd.

Doelstelling archeologische proefsleuven

Het doel van een proefsleufonderzoek is het bepalen van de aard, datering, gaafheid en omvang van de archeologische sporen zonder deze onnodig te verstoren. We nemen slechts een beperkt aantal monsters en passen een klein aantal vlakverdiepingen toe. Meestal wordt er maar één vlak/niveau opgegraven.

Archeologische proefsleuven: datering van de vindplaats

Aan de hand van de verzamelde scherven aardewerk of bewerkt vuursteenmateriaal is de onderzochte vindplaats vaak goed te dateren. Een aangetroffen boerderijplattegrond is op typologische gronden aan een bepaalde periode toe te schrijven. Soms biedt alleen een natuurwetenschappelijke methode uitsluitsel over de datering van de vindplaats. De meest gebruikte is de koolstof-14-methode, waarmee we organische materialen zoals hout, bot en gewei redelijk nauwkeurig dateren.

Archeologische proefsleuven: waarderen van een vindplaats

Het doel van archeologisch onderzoek is het verkrijgen van kennis over het verleden. Archeologische waarden (sporen en voorwerpen) zijn echter niet allemaal even waardevol. In hoeverre archeologische vindplaatsen een bijdrage kunnen leveren aan onze kennis van het verleden hangt onder andere af van de gaafheid, de zeldzaamheid, de datering en de zogeheten kennislacunes: de aspecten uit het verleden waar we niets of te weinig van weten.

Met behulp van een proefsleuvenonderzoek stellen we de wetenschappelijke waarde vast van een archeologische vindplaats. Maar ook wat voor soort vervolgonderzoek er eventueel daarna nog moet gebeuren.

Rapport bij archeologische proefsleuven

U ontvangt na afronding van het archeologisch onderzoek een overzichtelijk en prettig leesbaar rapport, met foto’s en kaarten, en een heldere, eenduidige conclusie. Het rapport bevat ook een advies over het vervolg.

Het is mogelijk dat het archeologisch onderzoek nu is afgerond. Het proefsleuvenonderzoek kan ook uitwijzen dat vervolgonderzoek noodzakelijk is. Bijvoorbeeld als behoud niet mogelijk is, moeten de archeologische waarden in uw plangebied volledig worden opgegraven. De bevoegde overheid (meestal de gemeente) beslist in een selectiebesluit of en hoe ons advies wordt opgevolgd.

In de proefsleuven liggen de archeologische sporen vlak onder het maaiveld.

Het tekenen van archeologische sporen in de profielwand bij een proefsleuven-onderzoek.

De archeoloog werkt bij het graven van proefsleuven vlak naast de graafmachine.